Notitie Pensioen in Eigen Beheer (PEB) per 1-7-2017

2017-08-22T10:06:06+00:00

Notitie Pensioen in Eigen Beheer (PEB)

Vanaf dit jaar kan een DGA geen pensioen in eigen beheer meer opbouwen in de eigen BV. Dit voorstel is bekend gemaakt met Prinsjesdag 2017.

Er zijn vanaf 1 juli 2017 de volgende mogelijkheden:

  1. verplicht premievrij maken van de bestaande pensioenregeling bij de eigen BV VOOR 1 juli 2017
  2. keuze tot afstempelen van de pensioenaanspraak in de eigen BV, maar dit is niet verplicht
  3. nadat er wel is gekozen is voor afstempeling, zijn er twee opties:
  4. de bestaande pensioenaanspraak wordt omgezet in een oudedagsverplichting, OF
  5. de DGA mag zijn pensioenaanspraak fiscaal vriendelijk afkopen

Premievrij maken PEB (verplicht)

De bestaande pensioenvoorziening wordt vanaf 1 juli 2017 alleen nog geïndexeerd en opgerent via actuariële rentetafels. De voorziening zelf wordt bevroren en er kan dus, behoudens de rente, niet meer worden toegevoegd. Het premievrij maken dient voor 1 juli 2017 te gebeuren. Dit moet dus altijd gebeuren, er is geen keuze mogelijk.

Op de pensioendatum wordt het ouderdomspensioen (zoals is vastgelegd in de pensioenbrief) uitgekeerd tot aan de overlijdensdatum van de DGA. Dit was een percentage van het loon. Daarna gaat eventueel een partnerpensioen in. In deze regeling moet de BV altijd blijven bestaan.

Afstempelen (keuze)

Na het premievrij maken MAG tot afstempeling worden gekozen. Afstempelen wil zeggen dat de zogenaamde commerciële waarde van de pensioenaanspraak (zoals met de huidige lage rekenrente berekend, zodat de waarde van de berekening door de lage rente hoog uitvalt), fiscaal vrij mag worden verlaagd tot de fiscale waarde (die erg laag uitvalt, want deze wordt verplicht berekend tegen 4% rente).

Let wel: de waarde waarover de pensioenuitkeringen worden berekend en feitelijk de waarde die bepaalt wat de pensioenaanspraak echt waard is, is de commerciële waarde. De fiscale waarde is niets anders dan een rekentruc die de belastingheffing regelt. De afstempeling heft het verschil tussen de fiscale en commerciële waarde op, door de commerciële waarde te verlagen zonder heffing naar de fiscale waarde.

Kies je niet tot afstempelen, dan blijven de oude hoge commerciële pensioenaanspraken staan. Dat is nadelig voor het uitkleren van dividend, maar mogelijk voordelig voor de partner.

 

Oudedagsverplichting (ODV)

Na de afstempeling is er de keuze voor ofwel

  1. afkopen, ofwel
  2. de oudedagsverplichting (OV).

Het is dan het een of het ander. De oudedagsverplichting is de keuze voor een spaarvariant.

 

Enige kenmerken van de OV.

— De OV geeft 20 jaar recht op een uitkering, jaar een 1/20 deel, jaar twee 1/19 deel en zo verder.

Doordat eerst is afgestempeld naar de fiscale waarde, is de uitkering lager dan hij oorspronkelijk zou zijn geweest voor de afstempeling.

— De uitkering dient minimaal een keer per jaar te worden gedaan, waarbij de BV de loonheffing inhoudt en afdraagt.

— De uitkeringen dienen in te gaan twee maanden na de AOW leeftijd.

— Was er sprake van een lopende pensioenuitkering voor de omzetting naar een OV, dan bedraagt de duur geen 20 jaar, maar 20 jaar minus de jaren die zijn verstreken sinds het bereiken van de AOW leeftijd.

–Bij overlijden tijdens de duur van de uitkeringen, gaat hert recht op de resterende termijnen over op de erfgenamen.

–Bij overlijden voordat de termijnen lopen, dient er binnen 12 maanden een uitkering aan de nabestaande gedaan te worden. Ook hier geldt de termijn van 20 jaar.

De OV neemt jaarlijks toe met een rente (U-rendement). De OV mag vanuit de BV naar een bank of verzekeraar (zonder fiscale heffing) desgewenst worden overgedragen.

 

Afkoop

In plaats van de keuze voor een oudedagsverplichting (OV) kan in plaats daarvan gekozen worden voor een afkoop. In 2017, 2018 en 2019 kan gekozen worden voor afkoop zonder 20% revisierente.

Tijdens de afkoopperiode is sprake van een kortingsregeling:

– In 2017 mag 34,5% afgetrokken worden van de fiscale waarde (stand per 31-12-2015), zodat 65,5% wordt belast met het normale inkomstenbelasting tarief uit Box 1 van maximaal 52% (65,5% X 52% = 34,06%)

– In 2018 mag 25% afgetrokken worden van de fiscale waarde (stand per 31-12-2015), zodat 75% wordt belast met het normale inkomstenbelasting tarief uit Box 1 van maximaal 52% (75% X 52% = 39%)

– In 2019 mag 19,5% afgetrokken worden van de fiscale waarde (stand per 31-12-2015), zodat 80,5% wordt belast met het normale inkomstenbelasting tarief uit Box 1 van maximaal 52% (80,5% X 52% = 41,86%)

 

De grondslag van de berekening van de korting vormt de waarde van de pensioenaanspraak in eigen beheer per 31 december 2015. De belasting wordt uiteindelijk geheven over de werkelijke waarde op afkoopdatum minus de korting. Over een eventuele opbouw in 2016 (als er niet al voortijdig gestopt was met de opbouw) mag wel afgekocht worden, maar dan tegen het normale tarief zonder korting.

Als gevolg van de afkoop houdt de BV de loonheffing over het afkoopbedrag in, waarbij het netto bedrag wordt uitbetaald aan de rechthebbende. Vaak kan deze daarmee de schuld aan zijn BV afrekenen. Het restant naar Box 3 uitbetalen kan ook. Vaak is de beste oplossing dat het bedrag in de BV achterblijft als agio, of aandelenkapitaal om de Box 3 heffing te vermijden. De BV wordt dan feitelijk een spaar BV.

 

Positie partner na 1 januari 2017

Echtscheiding die heeft plaatsgevonden of gaat plaatsvinden ondervinden grote gevolgen van de voorstellen van Wiebes over de regeling voor pensioen eigen beheer vanaf 1 januari 2017.  Immers het pensioen bestaat vaak uit een OP (ouderdomsgedeelte) en een NP (nabestaandenpensioen). Bij een afstempeling geeft de partner ook zijn recht prijs op het nabestaanden pensioen. De partner zal dus gecompenseerd moeten worden voor de afstempeling.

Normaal gesproken heeft de partner, die in gemeenschap van goederen is gehuwd, bij een echtscheiding recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen en na overlijden van de DGA op het gehele nabestaandenpensioen.

Compensatie kan bijvoorbeeld als volgt:

  1. Voorziening bij overlijden

De DGA zal er zorg voor dragen dat er bij zijn overlijden ten behoeve van de echtgenoot een voorziening is, die tenminste gelijkwaardig is aan het partnerpensioen dat is opgebouwd op het moment direct voorafgaande aan het moment dat het pensioen zal worden prijsgegeven en afgekocht/omgezet. Aan een dergelijke voorziening kan bijvoorbeeld vorm worden gegeven door het sluiten van een overlijdensrisicoverzekering op het leven van de DGA met de echtgenoot als begunstigde.

 

  1. Voorwaardelijke compensatie (verevening van pensioen alsof PEB nog bestond d.w.z.

de DGA en diens partner krijgen ieder een evenredig deel van het opgebouwde

pensioen). De DGA zal bij echtscheiding de echtgenoot een zodanige compensatie bieden dat de echtgenoot – in vergelijking met de situatie dat de pensioenopbouw wel uiterlijk 1 juli 2017 zou zijn gestaakt maar de opgebouwde pensioenaanspraken niet zouden zijn prijsgegeven en afgekocht/omgezet en derhalve op de echtscheidingsdatum het ouderdomspensioen zou moeten worden verevend en eventueel een bijzonder partnerpensioen zou moeten worden toegekend – niet in een slechtere positie komt te verkeren.

In het wetsvoorstel is de instemming van de partner dan ook vereist: binnen een maand na afstempeling en afkoop/omzetting naar OV dient de belastingdienst geïnformeerd te worden met een daarvoor bestemd formulier. De partner tekent dit formulier ook.